Welkom

Op de website van Factor70.nl Hét platform voor de 70+ vrouw van nu.

Regio

Wil je de landelijke of regionale rubrieken bekijken? Kies rechtsbovenin de gewenste regio.

Zoeken

Kun je iets niet vinden? Zoek dan met de knop onderin.

Veel leesplezier

Wil je graag op de hoogte worden gehouden? Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief.

door Machteld van Soest

Esther Gerritsen: De trooster

Een man die nergens bij hoort, een onbetrouwbare politicus, en een klooster in de paasweek. Deze ongebruikelijke ingrediënten leveren, heel verrassend, een erg interessante literatuur op. Jacob, conciërge en klusjesman in het klooster, hoort niet bij de broeders, maar ook niet bij de buitenwereld. Hij is een eenzaat, die het gelukkigst is als hij alleen is. Henry, die onder het mom van retraite in het klooster komt logeren, is eigenlijk op de vlucht voor journalisten omdat hij als politicus malversaties heeft gepleegd. Henry is het type man waarvoor de MeToo-beweging is uitgevonden. Hij denkt overal mee weg te kunnen komen als hij zich een tijdje gedeisd houdt.

Deze twee mannen ontmoeten elkaar in het klooster, en raken in gesprek. Henry heeft niet veel met het geloof, en hij vraagt aan Jacob uitleg. Het is de week voor Pasen: er is dus veel te bespreken. We komen erachter dat Henry geen respect heeft voor de grenzen van zijn medemensen. Gerritsen legt dat prachtig uit aan de hand van een voorval in de kloostertuin. Henry stort zich op de slakken en het onkruid in de tuin die altijd door Jacob wordt onderhouden. Tussen de regels door ervaren we Jacobs ongenoegen hierover, maar we merken ook dat Jacob niet in staat is om voor zichzelf op te komen.

Knap is de vondst van Esther Gerritsen om de mannen samen aan de deur van het klooster te laten werken. Henry vindt het niet nodig de diensten bij te wonen en assisteert Jacob bij zijn klussen. Jacob, die te veel in zichzelf zit opgesloten, en Henry, die innerlijke reflectie behoeft, werken samen aan de deur. Jacob zou er baat bij hebben om de deur uit te gaan, Henry zou juist de deur in moeten gaan. De poort staat zowel letterlijk als figuurlijk voor de grens tussen de binnenwereld en de buitenwereld, waar inzicht en inkeer hier vooral mee samenhangen.

Jacob legt Henry uit waar het in de paasweek over gaat. Maar waar Jacob een teveel aan schuldbesef heeft, heeft Henry het te weinig. Schuld, boetedoening, biecht, zondebesef: deze twee mannen kijken daar zo verschillend tegenaan vanuit hun verschillende leefwerelden. Als Henry en Jacob samen naar het paasvuur buiten het klooster gaan, lijkt Jacob wat los te komen. Maar Henry daarentegen gaat aan het eind van de avond met een vrouw mee die ook in het klooster te gast is, en blijkt haar de volgende ochtend verkracht te hebben.

Schuldbesef heeft Henry niet. Ook als hij door Jacob op zijn gedrag wordt aangesproken, is hij niet in staat tot zelfreflectie. We maken ook kennis met Henry’s vrouw, een interessante Maria-achtige figuur, die zo doorgeslagen vergevingsgezind is dat we er niet over uitgepraat raakten. Ook de titel riep discussie op, evenals het einde, waar de deur ook weer ter sprake komt.

Gerritsens taal is verraderlijk eenvoudig, soms heel erg geestig, er staat veel tussen de regels door. De thematiek is reuze interessant om te bespreken, omdat hij zo actueel is. Kennis van de katholieke rituelen en van de Bijbel is beslist niet per se noodzakelijk, omdat er in het boek genoeg wordt uitgelegd.

Ook deze keer lazen we samen een gedicht na afloop van de bespreking. Dat was ‘Het ezeltje’ van M. Vasalis. Dit prachtige gedicht sluit aan bij het boek, vooral de laatste twee regels: ‘o kon ik dat nog eens herwinnen, kon ik nog ééns opnieuw beginnen’. De gedachte van Jacob en Henry in de paasweek? Wel van Jacob, vonden we in onze boekenclub.

Machteld van Soest

machteldvansoest@gmail.com

Gelderland