Welkom

Op de website van Factor70.nl Hét platform voor de 70+ vrouw van nu.

Regio

Wil je de landelijke of regionale rubrieken bekijken? Kies rechtsbovenin de gewenste regio.

Zoeken

Kun je iets niet vinden? Zoek dan met de knop onderin.

Veel leesplezier

Wil je graag op de hoogte worden gehouden? Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief.

door Machteld van Soest

Arthur Japin: Kolja

De beroemde Russische componist Pjotr Tsjaikovski en zijn broer Modest zijn, samen met de doofstomme Kolja, de drie hoofdpersonen in de roman ‘Kolja’ van Arthur Japin. Deze historische roman die speelt in Rusland rond 1880, is ook een soort detective, omdat Kolja op zoek gaat naar de feiten rondom de dood van Pjotr Tsjaikovski. Modest heeft zich, toen Kolja acht jaar was, ontfermd over deze doofstomme jongen, die op dat moment nog ernstig gehandicapt is. Omdat de ouders van het Russische jongetje erg rijk zijn, betekent deze opoffering ook een mooie bron van inkomsten. Met behulp van een Franse methode lukt het Modest om de intelligente Kolja te leren spreken en liplezen.

De twee homoseksuele broers Tsjaikovski vormen samen met Kolja een soort gezinnetje. Kolja gedijt hierin goed. Hij ontwikkelt zich zo goed, dat hij na de dood van zijn vader in staat is om de zorg voor het grote landgoed van zijn familie op zich te nemen.

In de ik-vorm vertelt Kolja zijn verhaal over de dagen vlak na de dood van de grote componist. Kolja heeft vernomen dat Tsjaikovski gestorven zou zijn na een cholerabesmetting, maar met Kolja beginnen wij als lezers al op de eerste bladzijden van het boek te twijfelen aan die doodsoorzaak. Door zijn doofheid zijn Kolja’s andere zintuigen zeer sterk ontwikkeld, en dat maakt hem een uitstekende speurder. Kolja’s verhaal over het zoeken naar de achtergrond van Tsjaikovski’s dood wordt afgewisseld door fragmenten uit het dagboek van Modest. Dit dagboek beschrijft het opgroeien van Kolja en de aanloop naar de fatale gebeurtenissen.

Pjotr Tsjaikovski houdt er een extravagante levensstijl op na. Hij beweegt zich in de kringen van de homoseksuelen in Rusland en Europa, een levensstijl die gedoogd wordt, maar niet zichtbaar mag zijn. De herenliefde mag bedreven, maar niet beschreven worden. Als er namelijk brieven opduiken waaruit feiten blijken die verborgen hadden moeten blijven, gaat Tsjaikovski’s jaarclub zich ermee bemoeien. In deze club zitten gelijkgeaarde vrienden. Omdat die vriendengroep vreest voor eerverlies, vindt een interne berechtiging plaats. Gevolg daarvan is, dat Tsjaikovski de eer van de club moet redden door de hand aan zichzelf te slaan. Het motto van het boek verwijst daarnaar, en op p. 282-283 gaan wij lezers begrijpen wat er voor de vriendengroep op het spel stond.

In onze boekenclub waren de meningen over het boek nogal verdeeld: van (meestal) zeer positief (wat een prachtig boek) tot zeer negatief (ik ben er drie keer in begonnen, maar heb het niet uitgelezen). Dat leverde veel stof tot bespreken op. Japins taal is prachtig, hier en daar net poëzie. Maar de karakters krijgen niet veel diepgang, vonden wij. Van een karakterontwikkeling is bij geen van de personages sprake.

Na de bespreking lazen we samen het gedicht ‘Ontwaken’ van Ida Gerhardt. Een ontroerend en fijngevoelig gedicht dat maar tot op zekere hoogte aansluit bij het besproken boek. Het gedicht gaat over twee personen, waarvan één weet dat er een afscheid gaat komen, en de ander niet. Tsjaikovski heeft zijn dierbaren voor zijn finale daad niet ingelicht over zijn voornemen.

Machteld van Soest

machteldvansoest@gmail.com

Gelderland