Welkom

Op de website van Factor70.nl Hét platform voor de 70+ vrouw van nu.

Regio

Wil je de landelijke of regionale rubrieken bekijken? Kies rechtsbovenin de gewenste regio.

Zoeken

Kun je iets niet vinden? Zoek dan met de knop onderin.

Veel leesplezier

Wil je graag op de hoogte worden gehouden? Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief.

door Machteld van Soest

Julian Barnes: Het enige verhaal

‘Zou u liever meer liefhebben en meer lijden, of minder liefhebben en minder lijden? Dat is, denk ik, uiteindelijk de enige echte vraag’. Zo begint Het enige verhaal van Julian Barnes, het verhaal van de tragische liefde tussen Paul en Susan, die respectievelijk 19 en 48 zijn als ze verliefd op elkaar worden.

Paul is een recalcitrante, provocerende, langharige student aan het begin van het verhaal, die van zijn moeder in de zomervakantie maar moet gaan tennissen, om tenminste ‘iets te doen’. We zijn in een keurige buitenwijk van Londen, waar veel sociale controle is, en waar dat wat ‘hoort’ en dat wat ‘niet hoort’ in de jaren 60 voor iedereen duidelijk is.

Paul maakt op de tennisbaan kennis met Susan, 48 jaar, getrouwd, twee dochters die het huis al uit zijn. Zoals Paul een reden heeft om een relatie met Susan te beginnen, heeft ook Susan haar motivatie om het met Paul aan te leggen. Susan zit vast in een akelig huwelijk. Ze draagt haar eigen geschiedenis met zich mee, waar we via Pauls observaties zo nu en dan een inkijkje in krijgen. Ze trekken zich niets aan van het geklets en de roddels in de tennisclub. Ze lijken twee verliefde pubers: opstandig, nietsontziend, en een beetje kortzichtig. Ze houden met niemand rekening: niet met Pauls ouders, met Susans man en dochters, met de leden van de tennisclub.

Paul vertelt het verhaal van hun liefde achteraf, als hij inmiddels ongeveer 69 is. Het eerste deel van het verhaal, de eerste jaren van de relatie, is geschreven in de ik-vorm. Paul en Susan besluiten samen te gaan wonen als Paul ongeveer 23 is. Paul studeert rechten, ze wonen in een akelig, klein, armoedig huisje waar Susan niets te doen heeft. Ze breken met hun families. Maar rooskleurig blijft het verhaal niet. Paul vertelt in de jij-vorm dat hij ontdekt dat Susan drinkt.

Het laatste deel van het verhaal wordt in de hij-vorm verteld. Paul kan het niet meer aan om Susan te verzorgen als ze door de alcohol volledig afglijdt en in de war raakt. Hij laat haar opnemen in een kliniek maar laat haar niet los. Hij blijft zich verantwoordelijk voelen voor de vrouw waar hij eens zo dol op was. Hij probeert een eigen leven op te bouwen, maar hij is niet in staat zich te binden, ondanks het feit dat hij leuke vriendinnetjes tegenkomt.

Dit boek gaat vooral over de werking van het geheugen. Hoe herinner je je dingen die zich 50 jaar geleden hebben afgespeeld? Wat je je herinnert, wordt telkens bijgesteld, telkens veranderd. Je maakt een verhaal van je leven en je liefde, je enige verhaal. Maar dit enige verhaal wordt steeds een beetje anders. Je streept je enige verhaal door, en maakt een nieuw. Het verhaal van je leven en van de liefde ligt niet vast, het is aan verandering onderhevig.

Barnes doorspekt zijn verhaal met veel metaforen, die uitleggen, wat met woorden bijna niet uit te leggen is. Als voorbeeld: Paul en Susan pakken elkaar in het begin van hun relatie vaak bij de polsen vast. Later krijgt Paul steeds het idee dat hij Susan uit het raam bij de polsen vast moet houden, omdat ze uit het raam dreigt te vallen. Op p. 278 wordt gezegd, dat het misschien wel zo is dat Susan Paul ook uit het raam heeft doen vallen en meegesleept heeft in haar val. Ook de metafoor van het gespleten houtblok, p. 131 is veelzeggend. Het heeft verband met de twee helften van de tennisbaan, backhand en forehand. Susan zegt: ‘je bent het kwetsbaarst door het midden’.

In mijn boekenclubs waren de meningen verdeeld over dit boek. Van laaiend enthousiast, tot redelijk negatief. Sommigen konden zich een liefde als die van Paul en Susan niet voorstellen, anderen prezen de prachtige beelden die Barnes telkens wist te verzinnen om duidelijk te maken hoe gecompliceerd deze materie is. Kortom: er werd stevig gediscussieerd, en we werden het niet eens. Dat hoeft gelukkig ook niet in een boekenclub.

Na afloop van de bespreking lazen we het gedicht ‘Het ezeltje’, van M. Vasalis. Dat gedicht past prachtig bij dit boek.

Volgende keer: De avond is ongemak, van Marieke Lucas Rijneveld

Machteld van Soest

machteldvansoest@gmail.com

Gelderland