Welkom

Op de website van Factor70.nl Hét platform voor de 70+ vrouw van nu.

Regio

Wil je de landelijke of regionale rubrieken bekijken? Kies rechtsbovenin de gewenste regio.

Zoeken

Kun je iets niet vinden? Zoek dan met de knop onderin.

Veel leesplezier

Wil je graag op de hoogte worden gehouden? Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief.

Ineke Swanevelt

Ineke Swanevelt (76) geboren in hartje oorlog, hartje Rotterdam, wil als kind al naar het toneel. Als 20-jarige studeert ze af aan de Amsterdamse toneelschool. Na een korte carrière bij de Nederlandse Comedie verblijft ze drie decennia met haar man in het buitenland. Sinds twee jaar is ze weduwe na 44 jaar gelukkig samen zijn. Ze pakt haar leven weer op, als actrice. Daarnaast is schrijven haar grote passie. Voor Factor70 schrijft ze tweewekelijks een column.

Vlieg

Ik poets mijn tanden. Het geluid van een intieme drilboor. Drie minuten bovenkant buiten-binnen, dan de onderkant buiten-binnen. Ik ben gedisciplineerd, noem het angstige investering voor de oude dag, nu stop ik al na tien seconden. Staand voor een porseleinen wasbak zie ik met microscopische scherpte een beestje liggen, pal naast een wit romig stuk zeep. Niks bijzonders zou je zeggen, ik bevind me immers bij het open raam op de zolder van een boerderij in de bossen, iedereen kan zomaar naar binnen vliegen. Met de elektrische tandenborstel in mijn hand buig ik voorover. Van huis uit ben ik een stadsmens, heb weinig oog, weet en gevoel voor de wereld van de dieren, vooral van de klein potigen en dun vliezigen, maar nu ben ik gefascineerd. Het dode beestje is niet groter dan een kwart centimeter, een silhouet op de glooiende rand. Wat is het? Ieder geval een insect. Insecten behoren - weet ik nog van school - tot de grootste groep diersoorten, met talloze soorten van kevers, vliegen, muggen, bijen, wespen, mieren, mijten. En wat is dit dan? Misschien wel een vlo? Is dat ook een insect? Ik zie twee ronde vleugeltjes, met daaronder twee minuscule pootjes. Een mini broche, perfect van lijn, de vleugels vormen zelfs een hart. Ik sta langer in verwondering dan ik ooit in de stad zou doen. Ik roep naar mijn geliefde met de vraag of hij even boven wil komen kijken, ik zeg niet op voorhand waarnaar, want dat klinkt wel erg onnozel. Hij tuurt. ‘Gewoon een vlieg. Die heb je toch ook in de stad?’ ‘Nee, nooit op gelet.’ (Bijna wil ik een filosofische boom opzetten dat het net lijkt of ik meer oog voor de natuur krijg door onze liefde, maar slik het in) Als ik die middag weer achter de wasbak sta is het beestje verdwenen. Was hij niet dood? Ik zal het nooit weten. En hij niet van mij.