Welkom

Op de website van Factor70.nl Hét platform voor de 70+ vrouw van nu.

Regio

Wil je de landelijke of regionale rubrieken bekijken? Kies rechtsbovenin de gewenste regio.

Zoeken

Kun je iets niet vinden? Zoek dan met de knop onderin.

Veel leesplezier

Wil je graag op de hoogte worden gehouden? Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief.

Ineke Swanevelt

Ineke Swanevelt (75) geboren in hartje oorlog, hartje Rotterdam, wil als kind al naar het toneel. Als 20-jarige studeert ze af aan de Amsterdamse toneelschool. Na een korte carrière bij de Nederlandse Comedie verblijft ze drie decennia met haar man in het buitenland. Sinds twee jaar is ze weduwe na 44 jaar gelukkig samen zijn. Ze pakt haar leven weer op, als actrice. Daarnaast is schrijven haar grote passie. Voor Factor70 schrijft ze wekelijks een column.

Roltrap

Amsterdam is sinds een paar maanden een ondergronds vervoersnet rijker, de Noord-Zuidlijn, metro 52. Bij mij, op het Europaplein is een ingang, herkenbaar aan een hoge rode M. In 6 minuten ben ik bij het Centraal station. Tussenliggende haltes waar je anders bovengronds op winderige vluchtheuvels op de tram wacht, behoren tot het verleden. De metro is ruim en licht, een weldadige Hades onder de stampende stad. Helaas is er een privé-minpuntje: ik durf niet op de roltrap. Hoogte-diepte vrees. Tien treden red ik als uiterste. En als je bedenkt dat de roltrap bij de Vijzelgracht (ik moet vaak in die buurt zijn) 94 treden heeft, deze megalomane trap de langste is van de Benelux - word ik bijna misselijk bij de aanblik. Passagiers staan er doodnormaal op, turen op hun smartphone, praten, houden zich niet eens vast aan de meerollende leuning, Godzijdank is er een lift. Iedereen die daar instapt heeft een zichtbare reden: volle boodschappenkar, fiets, koffer, kinderwagen, invalidekrukken. Nooit iemand zomaar, recht van lijf en leden. In het begin moest ik een beetje gêne overwinnen, maar denk nu: míjn zaak wat ik van binnen voel. Gisteren, toen ik geduldig voor de liftschacht wachtte, kwam er een blonde, sportief geklede man naast me. Midden vijftig, op het oog gezond en sterk. De deuren gingen open, we stapten de glazen kooi in. Hij hield zijn vinger bij het knoppenpaneel, keek me schuw aan. Ik zei: ‘Ik moet naar - 3.’‘Oh, dat doet u dan maar’, mompelde hij, drukte op -2, keerde zich af. (Wat een hork, flitste door me heen) Zwijgend zoefden we omlaag. De deuren openden, hij stapte niet-groetend uit, beende weg. Zou hij ook roltrapangst hebben - nee, sterker, misschien wel angst voor zijn medemens. Of walging, zelfs háát. Ik zal het nooit weten en hij nooit van mij. Maar goed ook. Ik drukte op -3, zakte verder. De metro reed binnen. Ik rende, stapte hijgend in. Doodnormaal.