Welkom

Op de website van Factor70.nl Hét platform voor de 70+ vrouw van nu.

Regio

Wil je de landelijke of regionale rubrieken bekijken? Kies rechtsbovenin de gewenste regio.

Zoeken

Kun je iets niet vinden? Zoek dan met de knop onderin.

Veel leesplezier

Wil je graag op de hoogte worden gehouden? Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief.

Ineke Swanevelt

Ineke Swanevelt (75) geboren in hartje oorlog, hartje Rotterdam, wil als kind al naar het toneel. Als 20-jarige studeert ze af aan de Amsterdamse toneelschool. Na een korte carrière bij de Nederlandse Comedie verblijft ze drie decennia met haar man in het buitenland. Sinds twee jaar is ze weduwe na 44 jaar gelukkig samen zijn. Ze pakt haar leven weer op, als actrice. Daarnaast is schrijven haar grote passie. Voor Factor70 schrijft ze tweewekelijks een column.

Ogen

Ik was 11 jaar, kneep mijn ogen tot kiertjes. Ik bleek behoorlijk bijziend en moest een bril dragen. Mijn moeder vond het verschrikkelijk, het ontsierde mijn kindergezicht. Ik was vooral trots. Op een scheel meisje na, had niemand een bril in onze klas.
Een jaar later deed de contactlens zijn intrede. Mijn moeder maakte meteen een afspraak bij de oogarts in het ziekenhuis voor informatie en hopelijk actie. Ik wilde niet mee, maar zij was de baas.
Een week later priegelde ik twee griezelig glaasjes op mijn oogbol. Een nieuw tijdperk brak aan. Het voelde als iets stiekems. Ik zag de wereld, de mensen haarscherp - zij wisten niet dat ik hen nu met heldere blik kon bespieden. De doktersopdracht was: thuis oefenen, lenzen iedere dag een half uur langer inhouden. Ik protesteerde, mijn bril was toch prachtig! Mijn moeder hamerde op discipline. Zij zette de wekker op onontkoombare tijdstippen.
Soms liep het finaal mis. ‘s Avonds ging je gewoon slapen, midden in de nacht werd je wakker met spijkers in je ogen. Te lang ingehouden. Ik schuifelde naar de badkamer, depte mijn ogen met een nat washandje. Gealarmeerd kwam mijn moeder binnen. ‘Kind wat is er?’ Ze hield mijn hand vast als ik weer krimpend van de pijn tussen de lakens schoof. ‘Morgenochtend is het over,’ zei ze.
Volgende ochtend werd ik wakker met nog helsere pijnscheuten. Tranen stroomden over mijn wangen. Tussen opgezwollen oogleden gluurde ik naar mezelf in de spiegel. Ik zou ze nooit meer open krijgen. Mij wachtte een toekomst als blinde outcast. Ik huilde mee met de tranen die al stroomden. ‘Ben je mal,’ zei mijn moeder, het komt goed. je blijft lekker thuis, ik bel school af.’ Ik werd een levenslange handige lenzendraagster.
Een tijd geleden werd er glaucoom bij me geconstateerd. Het doet geen pijn en je kan er oud mee worden. Ik moet iedere avond en ochtend druppelen. Ik denk aan mijn moeder. Discipline kan je leren.