Welkom

Op de website van Factor70.nl Hét platform voor de 70+ vrouw van nu.

Regio

Wil je de landelijke of regionale rubrieken bekijken? Kies rechtsbovenin de gewenste regio.

Zoeken

Kun je iets niet vinden? Zoek dan met de knop onderin.

Veel leesplezier

Wil je graag op de hoogte worden gehouden? Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief.

Ineke Swanevelt

Ineke Swanevelt (76) geboren in hartje oorlog, hartje Rotterdam, wil als kind al naar het toneel. Als 20-jarige studeert ze af aan de Amsterdamse toneelschool. Na een korte carrière bij de Nederlandse Comedie verblijft ze drie decennia met haar man in het buitenland. Sinds twee jaar is ze weduwe na 44 jaar gelukkig samen zijn. Ze pakt haar leven weer op, als actrice. Daarnaast is schrijven haar grote passie. Voor Factor70 schrijft ze tweewekelijks een column.

Lamp

Mijn geliefde draagt een grote kartonnen doos over straat naar zijn bestelbus. Het maakt me op voorhand nogal zenuwachtig. We kennen elkaar pas vier maanden en dan samen een staande lamp in elkaar zetten lijkt ineens extra intiem, hoewel het uitsluitend technisch handelen betreft. Thuis stallen we alles op tafel, tot en met de miniemste schroefjes en moertjes. Er is een werktekening met aanwijzingen in hoofdletters. We beginnen in rustig overleg. A en B zijn in elkaar geschroefd, de voet van de lamp staat, de kap is klaar. Als laatste de lange stang. Met kracht probeert hij de onderdelen tot een geheel te draaien, maar vergeefs, de stangen grijpen niet in elkaar. Hij vloekt binnensmonds. Ik voel zijn irritatie oplopen. Er hangt een gespannen sfeer in het vertrek. Ik zwijg, beducht voor iets. Koppels kunnen zomaar in escalerende ruzie schieten, een petieterig lontje veroorzaakt laaiend vuur over de pijn van opgekropte tijd. Die tijd hebben wij nog niet – hoewel, je weet maar nooit. ‘We moeten ‘m gaan ruilen. Jij hebt de bon hè? Ik vroeg je nog ‘m te bewaren?’ zegt hij doortastend. Ik schrik, weer zo’n moment. Bon? Waar heb ik die? Ik zoek in mijn portemonnee, mijn tas, de prullenbak. Nergens. ‘Ik heb hem niet meer,’ zeg ik half schuldbewust. (nu zou kunnen ontstaan: ‘En ik had je nog zo gevraagd hem te bewaren?) ‘Nou ja, zegt hij gelaten, ‘we gaan.’ De bon blijkt in zijn eigen tas te zitten. Ik glimlach, zeg niet, ‘zie je wel, je had hem gewoon zelf.’
We rijden terug naar de winkel, toch vijf kilometer. We leggen het probleem voor aan het meisje bij de kassa, ze haalt er een collega bij. Het blijkt een fabrieksfout. U krijgt een nieuwe. Thuis pakken we de tweeling doos weer uit, verrichten losjes dezelfde handelingen. Het lukt. De lamp staat. Er schijnt licht op mijn handen, helder en warm. Ik ben dubbel opgelucht. Ik haat ruzie.