Welkom

Op de website van Factor70.nl Hét platform voor de 70+ vrouw van nu.

Regio

Wil je de landelijke of regionale rubrieken bekijken? Kies rechtsbovenin de gewenste regio.

Zoeken

Kun je iets niet vinden? Zoek dan met de knop onderin.

Veel leesplezier

Wil je graag op de hoogte worden gehouden? Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief.

Ineke Swanevelt

Ineke Swanevelt (76) geboren in hartje oorlog, hartje Rotterdam, wil als kind al naar het toneel. Als 20-jarige studeert ze af aan de Amsterdamse toneelschool. Na een korte carrière bij de Nederlandse Comedie verblijft ze drie decennia met haar man in het buitenland. Sinds twee jaar is ze weduwe na 44 jaar gelukkig samen zijn. Ze pakt haar leven weer op, als actrice. Daarnaast is schrijven haar grote passie. Voor Factor70 schrijft ze tweewekelijks een column.

Een slecht mens

Mijn vriendin belt me op.
“Ik ben een slecht mens,” zegt ze.
“Hoezo?”
En ze begint over de nieuwe buurvrouw die boven haar is komen wonen. Ze was haar tegengekomen op de trap, ze heet Etty, en of ik gauw een borreltje bij haar kom drinken.
“Prima”, zei ik. “Ze is ongeveer even oud als ik, rond de zeventig.”
“Ja, belangrijk om met je buren op goede voet te staan,” zeg ik tegen mijn vriendin.
Ze vervolgt haar verhaal.
“Vanmorgen ontmoetten we elkaar weer, of liever, we moesten schuilen bij de supermarkt in onze straat voor de regen. Stonden we allebei met een volle boodschappentas, zonder paraplu. En Etty begon opeens over haar ouders. “Altijd ruzie, schreeuwen, huilen, ze hebben mijn hele jeugd verpest, mijn leven, in de liefde was het een grote puinhoop. Hun schuld, klerelijers.”
“En hoe blij ze was dat ze mij had leren kennen. Gezellig zo bij elkaar wonen, voor haar ideaal. Apart, maar toch samen.”
“Het ging alsmaar harder plenzen. Ik voelde me gegijzeld door de stromende regen. Etty wou weer verder vertellen, maar ik zei opeens wat een noodlot je soms kan overkomen. Dat ik mijn ouders nooit gekend heb, ze kregen een auto-ongeluk, waren op slag dood, ik was nog een baby. Dat ik ben opgevoed in een pleeggezin, een hel. maar vroeger is voorbij, ik wil niemand lastig vallen met mijn privé-ellende.”
“En Etty zweeg.”
“We staarden voor ons uit in de lege natte straat. Toen het droger werd renden we naar huis. Thuis zette ik mijn boodschappen op het aanrecht, en hoorde haar boven mijn hoofd lopen.”
“Ik ben een slecht mens”, besluit mijn vriendin.
“Welnee”, zeg ik, “ik ken je langer dan vandaag. Jij bent een zondagskind, je ouders zijn gezond oud geworden, gezond gestorven, ze waren dol op je.”
“Ik zal Etty morgen bij mij uitnodigen,” verzucht mijn vriendin.
“Je bent een goed mens,” zeg ik.
We hangen op.