Welkom

Op de website van Factor70.nl Hét platform voor de 70+ vrouw van nu.

Regio

Wil je de landelijke of regionale rubrieken bekijken? Kies rechtsbovenin de gewenste regio.

Zoeken

Kun je iets niet vinden? Zoek dan met de knop onderin.

Veel leesplezier

Wil je graag op de hoogte worden gehouden? Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief.

Ineke Swanevelt

Ineke Swanevelt (75) geboren in hartje oorlog, hartje Rotterdam, wil als kind al naar het toneel. Als 20-jarige studeert ze af aan de Amsterdamse toneelschool. Na een korte carrière bij de Nederlandse Comedie verblijft ze drie decennia met haar man in het buitenland. Sinds twee jaar is ze weduwe na 44 jaar gelukkig samen zijn. Ze pakt haar leven weer op, als actrice. Daarnaast is schrijven haar grote passie. Voor Factor70 schrijft ze wekelijks een column.

Goed bedoeld

In de Utrechtsestraat steek ik over naar tram 4. Midden op de lange smalle vluchtheuvel staat een abri met ijzeren bank. Ik heb al een tijd gelopen, wil wel even uitrusten, maar pal ervoor barricadeert een oudere dame breeduit op haar rollator mijn beoogde zitplaats. Ze heeft grijs opgestoken haar, gouden bril, antieke sieraden. Ik ga er naast staan, denk, ach ze heeft het niet in de gaten, laat maar.
Om in de tram te komen moet je aan het einde van de vluchtheuvel instappen, ik posteer me daar altijd bijtijds. Met een rollator is het nog een flink eind.
Ik buig me voorover en zeg vriendelijk:
‘Mevrouw, u weet dat de tramopening daar helemaal verderop is?’
Als gestoken kijkt ze me aan, vlammende ogen, iets vergroot door de brillenglazen en snerpt met bekakte stem:
‘Al heb ik een rollator, ik ben geen dom blondje. Ik weet dat precies!’
Ik ben even perplex, moet half lachen, maar voel tegelijk drift.
‘Waarom doet u zo raar agressief, ik wil u alleen maar helpen voor het geval u niet zou weten… ‘
‘Ik kom hier zeker tien keer per dag, ik weet dat precies!’ onderbreekt ze. Weer die snerpstem, die haatblik.
‘O ja, wel tien keer?’ glimlach ik minzaam en schrijd weg alsof ik een hermelijnen mantel draag. De tram verschijnt, opent zijn deuren. Ik glip erin, neem plaats. De dame komt aangerold, manoeuvreert moeizaam naar binnen. Deuren sluiten, de tram begint te rijden. Ze valt bijna over haar kar.
‘Hoho,’ roept ze. ‘Wachten, wachten! Zijn jullie gek geworden!’
Drie paar toegestoken handen helpen haar op een plek.
Bij de Vrijheidslaan stapt ze uit, achterstevoren, schuifelt met gebogen rug verder. Ze steekt het zebrapad over, haalt op het nippertje de stoep. Een auto scheurt luid toeterend langs. Mijn ergernis smelt om in medelijden.
Ach, we komen elkaar vast nog wel eens tegen. Dan groet ik haar gewoon vriendelijk, als oude bekenden…